Hoogleraar innovatie: ‘Mensen kunnen veel meer dan we vaak denken’

Achtergrond 20 september 2022

Hoogleraar innovatie: ‘Mensen kunnen veel meer dan we vaak denken’

Wil je als bedrijf succesvol blijven, dan ontkom je niet aan het investeren in je menselijk kapitaal. Naast al die technische vernieuwingen is aandacht voor werknemers namelijk van wezenlijke betekenis. Sociale innovatie is een noodzakelijke voorwaarde voor een gezonde toekomst. Dat betekent in de praktijk vaak anders werken, met veel meer ruimte voor eigen inbreng van werknemers. Daarbij maakt de omvang van het bedrijf niet uit, net zomin in welke sector het actief is. Hoogleraar Volberda verbindt zo de wetenschap met de werkvloer en begeleidt bedrijven naar de toekomst.  

Expert

De wereld van professor dr. Henk Volberda en zijn staf is er geen van theoretische beschouwingen verheven boven de praktijk van het bedrijfsleven. Integendeel. Als ‘Director Amsterdam Centre for Business Innovation’, onderdeel van de Universiteit van Amsterdam, staat hij met beide benen op de grond. Op basis van wetenschappelijk onderzoek én kennis van de praktijk is zijn observatie: ‘Succesvolle, toekomstbestendige bedrijven houden zich actief bezig met innovatie.’ Dat geldt ook voor de schoonmaakbranche. Daarbij zijn technische vernieuwingen slechts een deel van het verhaal. Een beperkt deel zelfs. ‘Het gaat vooral om sociale innovatie. Om nieuwe manieren van managen, organiseren en werken. Allround vaardigheid van mensen geeft ze meer plezier en is goed voor de productiviteit én zorgt dat technologische vooruitgang maximaal rendeert.’

Spil van vernieuwing

Zelforganisatie en dienend leiderschap zijn de belangrijkste aanjagers van succes, schrijft hij in één van zijn publicaties. Dat klinkt nogal academisch. ‘Je bent hier ook op de universiteit’, reageert hij lachend. En dan ernstig: ‘Jaarlijks onderzoeken wij de innovatiekracht van bedrijven. De succesvolste bedrijven laten hun werknemers voor een belangrijk deel zelf bepalen hoe ze hun werk doen. De traditionele werkwijze van opdrachten geven, past niet meer bij deze tijd. Managers sturen niet aan, ze faciliteren. Werknemers zijn de spil van vernieuwing. Robots zullen steeds meer routinematig werk overnemen; Werknemers krijgen een heel andere functie. Dat vergt andere vaardigheden. Bedrijven moeten investeren in de ontwikkeling van hun medewerkers. En werknemers moeten zich blijven ontwikkelen en verantwoordelijkheid willen nemen.’ Het devies: geef werknemers de ruimte zich te ontplooien, zodat ze bijdragen aan vooruitgang.

Tekort aan arbeidskrachten

Geldt de boodschap ook voor middelgrote en kleinere schoonmaakbedrijven? ‘Zeker’, antwoordt hij, ‘schoonmaak is van nature uiteraard al een meer mensgedreven branche, maar ook hier geldt een tekort aan goede arbeidskrachten. Over de hele linie wordt 17% van de vacatures niet vervuld. Voldoende instroom van nieuwe medewerkers is overal een uitdaging. Blijven investeren in mensen loont in dat geval, ook in de schoonmaak.’ Hij weerspreekt de gedachte dat in de toekomst minder banen nodig zijn. Volgens het Future of Jobs-onderzoek van het World Economic Forum, waaraan Volberda meewerkte, gaan er in 2025 wereldwijd door technologische ontwikkelingen 85 miljoen banen verloren, maar komen er 97 miljoen voor terug.

Terugkomend op het personeelsprobleem: voldoende nieuwe instroom is niet genoeg. ‘Denk na hoe je eraan kunt bijdragen dat mensen bij je willen blijven werken. Met plezier, want daardoor daalt het ziekteverzuim, zijn collega’s gemotiveerder en productiever.’

Toekomst van banen

Volberda schetst de toekomst. ‘De techniek neemt steeds meer standaardtaken over. Tijdens het World Economic Forum werd gesproken over de toekomst van banen. 47% van de huidige taken in bedrijven wordt straks niet meer gedaan door de mens.’ Of dat percentage ook opgaat voor de schoonmaak, durft hij niet te zeggen. Maar de trend gaat niet aan de sector voorbij, is zijn overtuiging. ‘Robots kunnen werk overnemen, sensoren en big data sturen meer en meer ook de schoonmaakactiviteiten aan.’ Hij noemt een voorbeeld. ‘Niet alle zalen hier op de universiteit worden even intensief gebruikt. Dan is het logisch dat je de schoonmaak daarop afstemt. Data levert informatie over de mate van bezetting en sensoren kunnen meten of het nog schoon genoeg is.’

Zijn boodschap is duidelijk: denk niet dat het huidige werk zo blijft. De techniek verandert en dus moet je medewerkers meenemen naar die nieuwe werkelijkheid. Investeren in je mensen heeft twee kanten. Het zorgt dat ze het werk van straks aankunnen en je maakt beter gebruik van talenten.

Is er trouwens nog wel toekomst voor schoonmakers? Of wordt hun werk helemaal overgenomen? Volberda: ‘Het zal in de schoonmaak blijven gaan om een goede combinatie van mens en machine. Machines en robots zullen routinetaken overnemen. Maar de mens kan veel beter beoordelen. Bij de banen van de toekomst wordt creativiteit steeds belangrijker.’

Nieuwe samenwerkingsvormen

Sprekend over sociale innovatie en meer ruimte geven aan werknemers, denkt Volberda dat nieuwe samenwerkingsvormen, die elders tot succes leiden, in de schoonmaak ook werken. Neem de scrum-methode, veelvuldig gebruikt bij IT-projecten. ‘Waarom zou een team schoonmakers niet met elkaar kunnen bepalen wat er gedaan moet worden, in plaats van wachten op een opdracht? Geef medewerkers niet alleen verantwoordelijkheid voor de uitvoering, maar ook voor de organisatie van het werk. Mensen kunnen veel meer dan we vaak denken. Zeker, in het begin bij ouderwets georganiseerde bedrijven zijn er misschien wat aanloopproblemen. Als je gewend bent alleen te doen wat je wordt opgedragen, is het vast lastig. Maar met goede communicatie kom je een heel eind.’

Nieuwe talenten

Volberda pleit ook voor het geregeld wisselen van werkzaamheden (job rotation) en het actief aanbieden van opleidingen, anders dan instructiecursussen. ‘Daarmee ontwikkel je het potentieel van je mensen. Probeer nieuwe talenten te ontdekken.’ De vraag is of iedereen wel zin heeft om een opleiding te volgen of geregeld van taken te wisselen? ‘Misschien niet’, geeft hij toe, ‘maar vraag het in elk geval. Als medewerkers daar wel wat in zien, moet je ze de kans geven.’ Als robots routinehandelingen gaan overnemen, krijgt de schoonmaker de taak om die robot te bedienen. Werk zal anders zijn dan nu. Dat vraagt om andere vaardigheden.

Verrassend is de uitspraak van Volberda dat bedrijven die de klant op de eerste plaats zetten, niet de succesvolste zullen zijn. Zijn kijk: eerst de medewerkers, dan de klanten.

Gebruik bedrijfstakfondsen

Investeren in je mensen. Geld uittrekken voor opleidingen. Iedereen zal het ermee eens zijn, maar de marges in de schoonmaak zijn krap. Volberda brengt een nuance aan. ‘Er is veel opleidingsgeld bij bedrijfstakfondsen, zoals de RAS. Gebruik dat ervoor. Bied de medewerker, die zich verder wil ontwikkelen, kansen om dat te doen. Daarnaast krijgt het thema ‘purpose’ in het bedrijfsleven steeds meer aandacht. Grote bedrijven worden beoordeeld op hun rol in de maatschappij, op hoe ze omgaan met mens en milieu. Aandeelhouders en samenleving spreekt ze erop aan. Op hun beurt zullen opdrachtgevers ook schoonmaakbedrijven hierop steeds vaker gaan aanspreken. Hoe je omgaat met je medewerkers wordt steeds vaker een keuzecriterium. Zorg dat je een goed antwoord hebt.’

Gerelateerd