Leden in Beeld: Carlo van der Jagt van DUOFORT
In de rubriek Leden in Beeld spreken we ondernemers en werkgevers uit de schoonmaak- en glazenwassersbranche over hun eerste kennismaking met het vak, hun ambities en hun blik op de toekomst. Ook geven zij het stokje door aan een ander lid van Schoonmakend Nederland, met een vraag voor de volgende editie.
Deze keer is het de beurt aan Carlo van der Jagt (26) van DUOFORT.
Expert
Hoe ben je in de deze branche terechtgekomen?
“Eerlijk? Ik had nooit gedacht dat ik in het vloeronderhoud terecht zou komen, ook al had mijn vader een vloeronderhoudsbedrijf. Thuis was het altijd: ga studeren, haal diploma’s. Dus dat deed ik. HBO Bedrijfskunde, daarna universiteit. Tot ik daar zat en dacht: waar ben ik eigenlijk mee bezig? Ik werd klaargestoomd voor een carrière binnen grote internationale organisaties, maar ik merkte dat ik ervan houd om snel te kunnen schakelen en continu bezig te zijn met nieuwe innovaties en dat past natuurlijk goed bij het mkb.
Ik ben gestopt en heb mijn vader gevraagd of ik bij hem kon solliciteren. Dat kon, via de toenmalige bedrijfsleider. Ik begon onderaan in het vloeronderhoud, met het idee: even geld verdienen en dan weer verder kijken.
Alleen: dat ‘even’ liep anders. In het begin vond ik er weinig aan, maar langzaam begon het te kriebelen. Je ziet vloeren die er echt dramatisch aan toe zijn en die je weer helemaal opknapt. Van zwart naar beige. Dat resultaat, daar kreeg ik energie van. En nog steeds.
Het ondernemende was natuurlijk met de paplepel ingegeven. Ik zag kansen en.groeide door. Een mooie stap was toen ik binnen het bedrijf een groothandel startte. Best spannend om iets vanaf nul op te bouwen, maar juist dat vond ik leuk. Vervolgens ben ik met mijn vader gaan zitten: wat wordt de volgende stap? Ik dacht dat het nog wat vroeg was, hij niet. In oktober 2024 werd ik bedrijfsleider.
Wat helpt, is dat ik zelf op de werkvloer heb gestaan. Daardoor ben ik niet alleen ‘het zoontje van’. De drempel is laag, mensen stappen makkelijk op me af. En we kunnen snel schakelen. Als ik terugkijk, heb ik in vijf jaar best wat stappen gezet.”
Wat zijn je ambities?
“Uiteindelijk wil ik het bedrijf van mijn vader overnemen. Maar dat is niet het doel op zich. We zijn nu vooral samen iets aan het bouwen.
Wat mij echt drijft, is waardebehoud in plaats van verspilling. Nu komen wij vaak pas in beeld als het al mis is: een vloer is vies, beschadigd, eigenlijk ‘op’. Terwijl daar juist de winst niet zit.
Ik wil naar de voorkant. Betrokken zijn vanaf het moment dat een vloer wordt gelegd. Goed onderhoud vanaf dag één. Periodiek bijhouden. Want een vloer kan makkelijk 20 tot 30 jaar meegaan, terwijl hij nu soms al na een paar jaar wordt afgeschreven.
Dat vraagt wel een andere manier van denken, in de markt én bij opdrachtgevers. Maar ik ben jong, kijk er anders naar en durf dat ook te zeggen. We moeten onze kennis veel meer delen. Klanten (vooraf) meenemen in de verschillende vloeren die er zijn, welk onderhoud daarbij komt kijken en wat goed onderhoud écht betekent. Misschien lever je daarmee op korte termijn iets in, maar op lange termijn is het beter. Duurzamer ook.
Innovatie hoort daar vanzelf bij. We zijn nu bijvoorbeeld bezig met chemievrij strippen. Weg van polymeren, een milieubelastende methode die ook nog eens erg arbeidsintensief is. Met onze ProShield-coating ben je in één keer voor zes à zeven jaar klaar. Dat is een heel ander verhaal.”
Wanneer is een dag voor jou geslaagd?
“Eigenlijk zijn dat er twee in één. Aan de ene kant ben ik nog steeds vloerspecialist. Als ik een vloer zie opknappen van zwart naar beige, dan geeft dat gewoon een heel goed gevoel.
Aan de andere kant haal ik als bedrijfsleider juist energie uit mensen. Uit het enthousiasmeren. Ik dacht zelf ooit dat deze branche niets voor mij was, en nu vertel ik anderen hoe interessant het eigenlijk is. Leveranciers, fabrikanten, iedereen die het maar wil horen. Dat vind ik leuk.”
Wat vind jij het mooiste aan de branche?
“Het vakmanschap en het resultaat. En de waardering die je ervoor krijgt. Wat me wel stoort, is dat er soms op ons vak wordt neergekeken. Alsof het ‘maar schoonmaak of maar vloeronderhoud’ is.
Terwijl een vloer het meest gebruikte onderdeel van een gebouw is. Iedereen loopt eroverheen, maar niemand kijkt ernaar om. En er zit zóveel verschil in vloeren, in materialen, in aanpak. Het is veel complexer dan mensen denken.
En breder: een goede werkomgeving is essentieel. Veilig en schoon. Alle goede ideeën worden bedacht in goede en schone werkomgevingen…”
Wat is de waarde van vloeronderhoud voor jou?
“Enorm groot. Als onze mensen hun werk goed kunnen doen, met de juiste kennis en ervaring, kunnen we echt het verschil maken. Dan verleng je de levensduur van een vloer aanzienlijk.
Het komt steeds weer neer op hetzelfde: waardebehoud in plaats van verspilling. Voorkomen in plaats van genezen.”
Waarom zijn jullie lid van Schoonmakend Nederland?
“Om heel eerlijk te zijn had het in eerste instantie alles te maken met onze deelname aan het platform vloeronderhoud. Om deel te nemen, moest je lid zijn. Maar we hebben inmiddels ook het keurmerk en dat is heel fijn, ook naar werknemers toe. Iedereen weet nu gewoon dat de dingen kloppen, dat alles op orde is. Dat heeft ook een stuk rust gebracht, we doen het open en eerlijk via de regels.”
Heb je een tip voor Schoonmakend Nederland of de politiek?
“Over het algemeen vind ik dat Schoonmakend Nederland het ontzettend goed doet, maar er ligt nog een verbeterpunt in de sector vloeronderhoud. Op het gebied van duurzaamheid valt daar nog winst te behalen.
Je ziet nog te vaak dat bij aanbestedingen - ook vanuit (semi-)overheden - wordt gevraagd naar methodes die eigenlijk niet meer van deze tijd zijn. Milieubelastend, terwijl er alternatieven zijn. Juist die partijen zouden het goede voorbeeld moeten geven. Er zit nog veel behoudendheid in de markt. Daar mag echt meer beweging in komen. Ook vanuit het platform vloeronderhoud van Schoonmakend Nederland.”
De vraag van je voorganger Kees Aalbers is dezelfde vraag als die hij kreeg, hij was benieuwd naar jouw reactie:
“Als je vijf jaar vooruitkijkt, wat wordt volgens jou de grootste structurele verandering in de schoonmaak? Is dat vooral een mensenvraagstuk, een technologievraagstuk (AI/robotisering) of een verdienmodelvraagstuk?”
“Ik denk alledrie. Je kunt ze eigenlijk niet los van elkaar zien. Robotisering gaat mensen helpen, vooral bij fysiek zwaar werk. Tegelijkertijd blijft de mens centraal staan. Daar zie je nu al veel aandacht voor: betere arbeidsvoorwaarden, kansen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, nieuwe instroom.
En dan het verdienmodel. Daar moeten we echt stappen maken. Minder korte termijn, meer lange termijn. Als je samenwerkingen aangaat voor acht jaar of langer, kun je andere keuzes maken. Dan kun je investeren in duurzaamheid en kwaliteit. Dat is uiteindelijk waar de hele sector beter van wordt.”
Aan wie geef jij het stokje door, en met welke vraag?
„Ik geef het stokje door aan Patricia Verbeek van Asito. Ik ben benieuwd hoe zij de rol van samenwerking ziet in de toekomst van de schoonmaakbranche?
En dan laat ik bewust open wat voor samenwerking dat is. Dat mag ze zo breed interpreteren als ze zelf wil.”